Home
Mission Subjects Stories Sponsoring Bio & Contact Previous work
 
 
 
Stories homepage
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De walviskaptein van Point Hope

 

Wachten. De tijd bestaat vooral uit wachten. Wachten eerst op contact met Russell Lane, dan, maanden later, opnieuw op de vlucht naar Kigara (Point Hope), een van de acht dorpen aan de Beringzee waar Inupiaq eskimos nog op zeedieren als zeehond, walrus, beluga en walvis jagen. Wachten in de kleine, bijna ongezellige ontvangstruimte van Bering Air, de reguliere luchtverbinding voor noordelijk Alaska. Wachten omdat het weer te slecht voor vliegen is geworden. Buiten huilt de wind om de loodsen van de diverse luchtvaartmaatschappijen. Het is -20 °C en zicht is, honderden kilometers noordelijker in Kigara, minimaal. Hier, in Kotzebue, kleurt een halo vreemde effecten rond de zon.
De tijd verstrijkt langzaam. Twee oudere vrouwen, gehuld in traditionele eskimokledij zetten hun met bont gevoerde mutsen af en wisselen wat nieuwtjes uit. Een onderhoudsman, zwarte overall aan, baseballpet op, loopt naar de automaat en schenkt zichzelf een kopje koffie in. Met een jongere eskimo ga ik naar buiten, een sigaret roken. De kou slaat me even in het gezicht, went dan snel.
Van Andy Frenksen, zo heet de jonge eskimo, horen we dat traditionele walvisvaart in deze contreien vorig jaar geen succes is geweest. En dat men in Kivalina, een dorp aan de rand van een uitgestrekte lagune en de Wulik monding, al zeven jaar geen walvis heeft gevangen. Sommigen wijten het aan de Red Dog mijn, de grootste zinkmijn ter wereld zo'n zeventig kilometer landinwaarts aan de voet van de DeLong Mountains. Die zou de rivier vervuilen, de kariboetrek verstoren, de migratie van walvis en walrus in de war schoppen. Anderen zien aantasting van eco-systemen eerder als gevolg van klimaatverandering.
Wachten verbroedert. Vier uur later wordt een plastic zak opengehaald en deelt Andy zonnebril op, spijkerbroek en jas aan, bananen, druiven en zoute koekjes uit. De zon, laag aan de winterhorizon, is scherp aan onze ogen als we buiten staan, rokend. Andy doet z'n sneeuwbril op. Iets later, binnen, vertellen de vrouwen over Nederland en Amsterdam waar ze, vijftien jaar terug als leden van een dansgroep, geweest zijn. De scheefstaande kerk en rondvaartboten, steevast 'kano's' genoemd, zijn hen nog het meeste opgevallen. Wanneer het wachten ook voor de eskimo's bijna te lang duurt, komt Ulla, een blonde Finse pilote, met het verlossende woord: 'clear for Point Hope?'
Een poolkoude blizzard, met temperaturen ver beneden -45 °C, giert rond het tienpersoons vliegtuigje als de deuren openzwaaien. Snel en rennend worden de spullen uitgeladen, in een van de vier wachtende pick-up trucks gestopt. Desondanks hebben een medepassagier en de chauffeur bijna frostbites opgelopen.

In noodgang scheuren we langs de elekticiteitspalen, hun lampen heen en weer dansend in de wind. Uit de witte schemer doemen enkele ijzeren containers, wat sneeuwskooters en een rek op waarop, zo zal later blijken, een 'umiaq' ligt, de befaamde snelle roeiboot van de acht tot tien harpoeniers van Point Hope, eens uit drijfhout gesneden, nu met zeehondehuiden bekleed.

Na binnenkomst een helverlichte lange gang. Aan de wand plank na plank spullen voor buiten: handschoenen, mutsen, shawls, munitie, pistool, messen, ledlichten. Opvallend afwezig zijn kaarten van de regio.

Tigara Inupiaq jagen op hun gevoel. Russell Lane, de laatste musher van de North Slope, is een kleine man, goedlachs en bijzonder breedgezet. Andrea, die in het dorp de enige hamburgertent runt, is z'n even aardige vrouw. Die avond praten we tot diep in de nacht over jagen op walvis, poolbeer, zeehond, walrus, beluga, krab, zalm, wijting en andere vissen. Over wat hij tijdens z'n vele tochten heeft meegemaakt.
Uit een kartonnen box haalt Russell de schedel van een walrus. "Kijk", zegt hij, "dat ik die heb kunnen schieten, ligt ook aan dit". Uit het grote voorbeen van de schedel trekt hij een donkere, half-verrotte tand. "Die zat erin. Waarschijnlijk is de walrus eerder aangevallen door een andere en is de tand op de schedel gebroken. Het was in ieder geval een oude knaap. Zie je hoe gegroefd en gemarmerd het begin van hun slagtanden zijn?"
Het laatste jaar heeft de walvisvaarder uit Point Hope weinig walrussen gezien. Hij wijt dit vooral aan klimaatverandering. "De migratiepatronen veranderen. Het zeeijs trekt zich terug, de poolbeer trekt hongerig het land op en zeekwallen komen steeds meer voor. Binnen een seizoen is het aantal walrussen zienderogen achteruit gegaan. Ook ondervindt de zeehond er de negatieve gevolgen van."

Website Friese Milieufederatie, maart 2008





Weblogs hompage
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  All material on this website, weather text or picture, part of whole, is protected by Dutch, European and international copyright. Reproduction in any form without written consent of the webmaster is prohibited and will be prosecuted accordingly.
© 2008 Daan Zuiderwijk
Tseard Zoethout