Olieramp
1989 verstoort dagelijks leven Nanwalek
Wat
zou er met mens en milieu gebeuren als er een ramp met olie of gas in
Alaska zou plaatsvinden? Het is nog geen realiteit in Point Hope (zie
m'n vorige weblog) maar de bevolking aan de zuidkusten van het Kenai
schiereiland weet er inmiddels alles van. Eind maart 1989 strandde de
olietanker Exxon Valdez in Prince William Sound, zo'n 150 kilometer
van het schiereiland. De ramp heeft, na al die jaren, nog steeds grote
gevolgen voor Nanwalek, een eeuwenoud dorpje waar Alutiiq eskimo's in
een spagaat tussen leven van de jacht, visserij en bosbessen en de westerse
consumptiemaatschappij gekomen zijn.
Na
een adembenemend mooie vlucht van nauwelijks een half uur maakt het
eenmotorige vliegtuigje van Homer Air een vervaarlijk scherpe draai
naar rechts. Dan zet de piloot het, bijna zachtjes, neer naast het houten
hokje in de sneeuw waarop, in grote letters, 'Nanwalek Airport' staat.
We kennen hier geen levende ziel, stappen desondanks vrolijk uit en
komen een vriendelijke Nancy Yeaton tegen, bekend inwoner van het dorpje.
Breeduit vertellend over haar cultuur, brengt ze ons naar het gemeenschapshuis
iets verderop de heuvel. Daar maken we al snel kennis met de belangrijkste
inwoners van Nanwalek, het ruim 6000 jaar oude eskimodorp dat in de
18de eeuw door russische bonthandelaars 'Aleksandrovsk' werd genoemd,
door Amerikanen daarna tot 'English Bay' werd gedoopt om in 1991 haar
oude naam Nanwalek - of 'plaats van de lagune' - terug te krijgen.
Op deze afgelegen plaats, alleen bereikbaar per vliegtuig of per gehuurd
schip, leeft de bevolking vrijwel uitsluitend van wat het land en de
zee aan goeds voortbrengen. In de rivieren, de meren en de stille oceaan
zit een overvloed aan vis. Van zalm (als red, silver en sockeye) tot
forel, heilbot en, aan de kust, een keur aan schaaldieren en zeewieren.
De Aleutiiq zijn de enigen die nog voor voedsel op zeehond, otter en
walvis mogen jagen. 's Zomers trekken ze erop uit om bessen als diverse
soorten cranberries, zalmbessen, frambozen, aardbeien, zwarte bes te
verzamelen (voor eskimo's is zeehondenolie vermengd met bessen een delicatesse).
Van zeehond, otter, wolf en zelfs zalm worden prachtige gebruiksvoorwerpen
gemaakt. Mutsen, wanten en jassen (de befaamde parka's), veelkleurige
danskostuums, schoenen (mukluks) en oorbellen, kralenkettingen, versieringen,
en doosjes voor kleiner gerei die we bij onze gastvrouw Emilie Swenning
mochten zien.
Werd die kennis tot 1989 door vrijwel iedereen in het dorp gedeeld,
na de olieramp is die grotendeels verloren gegaan. Volgens Swenning,
daarin eerder bijgevallen door dorpshoofd Wally en z'n vrouw Nina Kvasnikoff,
heeft de ramp meer slechts dan goeds voortgebracht. In de jaren na de
olieramp over de kusten liep de vangst van vis en zeedieren met meer
dan de helft terug. En het resterende deel was, jaren nadien, oneetbaar
door de olieresten.
Erger dan de ramp was dat de bevolking van Nanwalek, eens opvallend
eensgezind, in een identiteitscrisis terechtkwam. Doordat traditionele
kennis nauwelijks kon worden overgebracht - en de overheid met een overvloed
aan gelden over de brug kwam - weet de jeugd bijna niet meer hoe ze
dierenhuid tot kleren en andere gebruiksvoorwerpen moet prepareren.
Videospelletjes, TV kijken en op grote vierwielers in het dorp rondrijden
hebben die bezigheden overgenomen.
 |
"Was
het maar nooit gebeurd", zegt Nina Kvasnikoff in het grote
houten huis dat over de lagune van Nanwalek uitkijkt. Haar rond-buikige
zoon, net binnenge-komen, zet z'n geweer bij de andere. Aan de
muur naast de gietijzeren kachel hangen maskers van vos, wolf
en eskimo's. Op de achtergrond kijken twee van haar kleinkinderen
televisie. "
|
De
schade is onherstelbaar. Door geld zijn veel van onze kinderen aan de
alcohol en drugs verslingerd geraakt. Maar we moeten ook zelf het boetekleed
aantrekken. In plaats van dat ouderen fier voor onze tradities stonden,
lieten we over ons heen lopen. Wat we zouden moeten terugkrijgen, is
het gemeenschapsgevoel", aldus Nina.
Langzamerhand begint de aandacht voor culturele waarden weer terug te
komen. Waren ouderen vroeger druk bezig met overleven en voedsel verzamelen,
jongeren krijgen opnieuw belangstelling voor houtsnijden en kralen van
kledij, vaardigheden die op een hernieuwd besef van hun Alutiiq identiteit
duiden. Ook trekt de jeugd er 's zomers in groepjes op uit om bosbessen
te verzamelen. Eén ding is onveranderd gebleven: de gastvrijheid
bij alle inwoners van Nanwalek. Iedereen groet elkaar en in het gemeenschapshuis
worden diverse soorten vis - gebakken, gerookt of gefermenteerd - ruimhartig
gedeeld.
Website
Friese Milieu Federatie, maart 2008