Klimaatverandering
tast arctische bossen aan
Homer/Seldotna
- De maagdelijke wouden van Alaska veranderen. In een veel rapper
tempo dan verwacht. Door stijgende temperaturen heeft al in de jaren
tachtig de sparkever toegeslagen. Het is bijna onmogelijk het effect
van dit eens onschuldige insect niet op te merken. Een groot deel
van het zuiden van het Kenai schiereiland ziet eruit alsof er een
guerrillaoorlog heeft gewoed. Machtig oprijzende sparren zijn dood,
bizarre telefoonpalen geworden. En op de zompige veengronden, de scheidslijn
tussen het noorden en zuiden van het schiereiland, komen jonge sparren
op waardoor bosbranden nog moeilijker te beteugelen zijn.
 |
Edward Berg,
hoofdonderzoeker van het Kenai Wildlife Refuge, is een vriendelijke,
gebogen man met kaal hoofd en baard die vlak voor z'n pensioen
staat. Aan ophouden denkt hij geen moment. De wetenschapper was
ruim tien jaar geleden de eerste die het oorzakelijk verband tussen
de keverplaag in maagdelijke wouden en klimaatverandering aantoonde"
De sparkever
is er eigenlijk al heel lang", zegt Berg als hij de deur
van het bezoekerscentrum dichttrekt. De bruine beer wil hier nog
wel eens ronddwalen, zoekend naar bessen en ander eetbaars. "Pas
in de jaren tachtig begon het een probleem te worden. Het natuurlijke
mechanisme - larven die de winter niet overleven - raakte verstoord.
De kever kon nu ongestoord de binnenkant van de bast opeten. Jonge
bomen lieten ze met rust omdat de kever in de hars werd opgesloten."
|
Vanaf de jaren zeventig
zijn de gemiddelde temperaturen op het schiereiland en de rest van Alaska
echter boven normaal. Eerst halverwege de jaren zeventig. En later aan
het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. De hogere temperaturen
in de winter vallen precies samen met aantasting van de bossen in de
zomer. Vooral tien jaar geleden. De onschuldige sparkever werd een ware
plaag. 's Zomers streek het insect, meegedreven door de wind, in grote
zwarte wolken neer op de bossen in het zuiden van het schiereiland.
Het waren er nu zoveel dat de kever eerst de bossen, uiteindelijk zichzelf
opat.
| "Dertig
jaar geleden", vertelt Berg, "zagen we de kever alleen
na houtkap, de aanleg van wegen en stormen. Het insect gedijt het
beste in horizontale ruimtes. Nu worden de resterende bossen aan
de randen van de grote reservaten aangetast. Niet alleen op Kenai
maar ook in het binnenland, westelijker, noordelijker en oostelijker.
Of het een ramp is?" zo vraagt hij zich af. "Er valt niets
aan te doen. Het levert in ieder geval een meer heterogeen landschap
op. |
|
Zonder de kevers
was dit gebied een monocultuur van zwarte, witte en Lutz sparren."
Sluipende veranderingen
door opwarming van de aarde beginnen nu ook zichtbaar te worden. Met
medeneming van een vuurpijl tegen mogelijke beren neemt Berg ons mee
naar de veengrond aan de rand van het woud. Tussen de bomen groeien
talloze bessen waaronder diverse soorten cranberries. Veel zijn het
er niet. En gelukkig maar: beren zijn er gek op. Het veen steekt ruim
drie meter diep en is bedekt met eeuwenoude korstmossen die soppen onder
onze voeten.
 |
"Kijk",
zegt Berg, "er zijn steeds meer mossen die van minder water
houden." Hij trekt een kleine berkewortel uit het veen. De
plant steekt slechts een halve armslengte diep. "Dit is het
begin van nieuw sparrebos." Iets verderop staat een jonge boom,
tientallen jaren oud (aan de poolcirkel groeit alles immers veel
langzamer). "Achtduizend jaar is dit niet voorgekomen. Maar
nu, met steeds hogere gemiddelde temperaturen, verandert deze veengrond
geleidelijk in bos. |
En omdat volgroeide
sparren hoogst brandbaar zijn, neemt de kans op bosbranden steeds meer
toe."
27 sept 2006