International
Arctic year
Poolonderzoek
naar de grote dooi
De ijskappen van Groenland en West-Antarctica smelten sneller dan verwacht.
Net als de gletsjers, het zeeijs en de eens eeuwige sneeuw. Volgens
David Carlson - hoofd van het International Polar Year dat in 2007 en
2008 gehouden wordt - staan we aan het begin van de grote dooi. "Arctische
research is belangrijker dan ooit. Vroeg of laat krijgt de rest van
de wereld met de gevolgen van klimaatverandering te maken."
Carlson, een rustige, bedachtzame man, kiest z'n woorden zorgvuldig
in het Westmark hotel in Fairbanks, Alaska. Hij moet ook wel. Honderden
wetenschappers uit vooral de noordelijke delen van de wereld hebben
zich verzameld op de internationale arctische conferentie van de AAAS
(American Association of Advancement of Science). Deze conferentie,
sinds 1951 jaarlijks gehouden, stond begin deze week geheel in het teken
van klimaatverandering op de noordpool.
Dr. Carlson, opgeleid als oceanograaf aan de universiteit van Maine,
is moe, zichtbaar moe. Vanaf 1991 is hij bijna onafgebroken in de weer
geweest met internationale programma's over de atmosfeer. Na drie jaar
intensief onderzoek naar de effecten van El Niño, de periodieke
opwarming van zeewater in de Stille Oceaan, hield hij het bijna voor
gezien. Totdat hij begin 2005 gevraagd werd het bureau van het IPY te
leiden. Daar kon Carlson geen 'nee' tegen zeggen. Ruim tienduizend wetenschappers
uit meer dan 60 landen gaan gedurende twee jaar de grote veranderingen
aan de polen onderzoeken. Met opzet heeft men voor twee jaren gekozen
om alle seizoenen op zowel de noord- als zuidpool in kaart te brengen.
Waarom is het vierde
IPY zo belangrijk?
"Vanwege twee
redenen. Allereerst omdat de polen de verbeelding van de mens prikkelen.
We hebben nu een goede kans om het publiek in aanraking met de laatste
wetenschappelijke inzichten te brengen. En verder omdat alles wat we
tegenwoordig van onze planeet weten, in rap tempo verandert. Vooral
aan de polen. Sneeuw en ijs zijn IPY's belangrijkste onderwerpen. Zeeijs
in de oceanen, sneeuw op de bergen, ijskappen op Groenland en in Antarctica,
gletsjers in Alaska -, alles lijkt zich terug te trekken. De tweede
boodschap van het IPY is dat het zich niet tot de poolkappen beperkt.
Als sneeuw en ijs smelten, verandert ook de rest van de wereld. Kijk
maar naar de zeespiegel, de oceanen, de weerpatronen en de vegetatie."
Als de lage landen
bij de zee zijn we vooral in de zeespiegelstijging geïnteresseerd.
Wat betekent de grote dooi van sneeuw en ijs, van gletsjers en poolkappen
voor de zeespiegel?
"De stijging
van de zeespiegel komt door twee factoren. De eerste is smeltend landijs
dat in de oceanen stroomt. De andere is uitzetting van oceanen door
hogere temperaturen. Tot voor kort werd gedacht dat deze stijging zich
langzaam en over een eeuwenlange periode uitstrekt. Wat we tegenwoordig
zien - en waar wetenschappelijke bladen bijna wekelijks over schrijven
- is dat deze stijging veel sneller kan gaan. Niet enkele meters in
vijfhonderd jaar maar tot tien meter in honderd jaar. Een van onze belangrijkste
onderzoeksvragen is dan ook: hoe snel smelten de ijskappen weg? Is het
een plaatselijk, geleidelijk proces van honderd tot duizend jaar? Of
is het veel korter? Als dat laatste het geval is, wordt de infrastructuur
in Nederland en andere laagliggende delen ter wereld een groot probleem.
Het IPY levert ons een veel beter plaatje op van wat we 'versnelde zeespiegelstijging'
noemen."
Jim Hansen, directeur
van het NASA Goddard Institute for Space Studies in Washington en tot
voor kort Bush' belangrijkste klimaatadviseur, kwam begin dit jaar uit
met bewijs dat de ijskap op Groenland veel sneller smelt dan gedacht.
Op basis van ruim dertig jaar ervaring met klimaatmodellen stelde hij
dat westerse regeringen nog maar tien tot vijftien jaar hebben voordat
klimaatverandering werkelijk uit de hand loopt...
"Hansen kent
z'n gegevens, maakt goede voorspellingen. Hij is niet de enige wetenschapper
die begint te denken dat we - in plaats van vijftig tot honderd jaar
- slechts tien à vijftien jaar de tijd hebben om op klimaatverandering
te reageren. De opdracht van het IPY is die onzekerheden weg te nemen.
Hoe snel smelt landijs? Hoeveel broeikasgassen komen er vrij als de
permafrost begint te dooien? Welke veranderingen treden er op in de
oceanen? Al die onderzoeksvragen zijn verankerd in en worden aangejaagd
door ontwikkelingen in polaire gebieden. Als we geen maatregelen nemen,
wordt klimaatverandering een heus probleem. Of erger..."
Nederland neemt
ook deel aan het IPY. Op welke manieren?
"Jullie land
leidt twee grote projecten en is betrokken bij enkele andere. De ene
bestudeert de biologische pomp in de antarctische oceaan met behulp
van geo tracers, extreem gevoelige instrumenten waarmee de mate van
vervuiling gemeten wordt. Daarin zijn jullie meesters. Een dergelijk
programma is sinds de jaren zestig wereldwijd niet meer uitgevoerd.
Het andere programma is een vergelijkend onderzoek naar terrestische
ecosystemen op zowel de noordpool als antarctica. Omdat de gebruikte
methode al ruim dertig jaar oud is, kan gemakkelijk een vergelijking
getrokken worden welke factoren natuurlijk zijn en welke met klimaatverandering
te maken hebben. Daarnaast zijn Nederlandse wetenschappers als partners
bij aantal andere programma's betrokken, bijvoorbeeld naar de gevolgen
van sedimentatie in arctische kustzones."
Besteedt het IPY
ook aandacht aan de effecten van klimaatverandering op arctische volkeren?
"Nadrukkelijk.
We willen een zo volledig mogelijke karakterisering geven van de fysieke,
ecologische en socio-economische omgeving van het land en de lucht,
het ijs en de oceanen. Biologen, ecologen, wiskundigen, geologen en
oceanografen werken daarin samen. Maar ook liguïsten, antropologen
en ethnografen. Want we zijn allemaal buren van elkaar geworden. Klimaatverandering
speelt zich niet af op Mars waarvoor de VS honderden miljoenen dollars
per jaar uittrekt. Het onderzoek gaat daarom niet alleen over veranderingen
in de fysieke omgeving. Het gaat ook over hoe mensen uit het noorden
op die veranderingen reageren. Dat is een even complex probleem als
proberen te begrijpen wat er zich in de diepten van de oceanen afspeelt."
Verduidelijkt: "arctische
gemeenschappen worden steeds meer in de geldeconomie gezogen. Wat kunnen
ze doen nu walrussen moeilijker zijn te vangen, poolberen met uitsterven
worden bedreigd en kariboes niet langer oude sporen volgen? Wat zijn
de effecten van toenemende olie- en gaswinning in het noorden Alaska,
noord- Canada en Rusland? We weten het niet. Wat we wel weten is dat
wat in de poolstreken gebeurt, een indicator is voor wat de rest van
de wereld te wachten staat."
Welke maatregelen
kunnen genomen worden om klimaatverandering af te remmen?
"Veel meer
dan we denken. Allereerst hebben we een totaal andere en wereldwijde
energiestrategie nodig. Niet over twintig jaar maar nu. De sleutel ligt
volgens mij bij internationale technologische samenwerking. Op basis
daarvan kunnen we kennis delen en gezamenlijk beslissingen maken, veel
intensiever dan nu gebeurt. De oplossingen zullen niet van overheden
komen maar van mensen die zien wat er met poolberen, zeehonden en walvissen
gebeurt, die beseffen voor welke uitdagingen hun noordelijke buren staan.
De mensen moeten de politici leiden. Maar daarvoor ze hebben wel goede
informatie nodig. De wetenschappelijke wereld kan hen die leveren. Op
die manier fungeert het IPY niet alleen als katalysator voor grootse
wetenschap maar brengt het mensen ook in rechtstreeks contact met wetenschappelijke
inzichten en de belangrijke onderwerpen die in de poolstreken spelen."
Wetenschapsbijlage
de Volkskrant, 7 okt 2006